Dirk Adrianus Detmar, predikant
Periode: 1774 - 1844
Plaatsaanduiding: Ede
Als in 1965 het oude kerkhof aan de Paasbergerweg wordt geruimd, wordt het stoffelijk overschot van dominee Detmar overgebracht naar de begraafplaats aan de Asakkerweg, waar op zijn nieuwe graf op kosten van de gemeente een nieuwe zerk wordt geplaatst. De plaquette van de gedenkzuil die het oude graf sierde, wordt ingemetseld in een muur in de Oude Kerk te Ede.
In oktober 1933 besluit de gemeenteraad één van de nieuw aan te leggen wegen op de Bree naar ds. Detmar te vernoemen: de Detmarlaan. De reden voor deze vernoeming kan alleen gelegen zijn in het feit dat het hier om een in zijn tijd zeer geliefd predikant gaat.
Afkomst
Dirk Adrianus Detmar wordt in 1774 geboren in Den Haag. Vader Johannes Detmar (Ditmar) is afkomstig uit het Duitse Gotsburen en is samen met zijn broer Christoffel naar Nederland getrokken. Uit drie huwelijken worden minstens negen kinderen geboren, waarvan de meesten als kind overlijden.
Hoewel Dirk Adrianus al van jongsaf de wens kent predikant te worden, is studeren niet voor hem weggelegd. Als twaalfjarige moet hij gaan werken. Hij wordt opgeleid tot schilder en heeft zelfs enkele jaren een eigen schilderszaak in Den Haag.
Vanaf zijn zeventiende levensjaar, nadat hij een preek gehoord heeft over 'Zoek eerst het Koninkrijk van God ...', weet hij echter dat hij toch geroepen is dominee te worden.
Predikant
Door de tijdsomstandigheden (Franse tijd) en persoonlijke omstandigheden (inmiddels is Dirk Adrianus getrouwd) duurt het tot 1804 voordat hij met de studie in Utrecht begint. Mede dankzij de extra steun van de hoogleraren rondt de 30-jarige Detmar zijn studie binnen twee jaar af en na een afsluitend examen in de consistorie van de Cunerakerk in Rhenen krijgt hij de preekbevoegdheid.
Vier gemeenten dient Detmar als predikant: De Vuursche (tegenwoordig Lage Vuursche geheten), Wijk, Woerden en Ede. Vele andere gemeenten beroepen Detmar als predikant, waaruit ook blijkt dat hij binnen het behoudend deel van de Hervomde Kerk zeer geliefd was. Zijn werkzaamheden beperken zich dan ook niet tot de genoemde gemeenten waar Detmar als predikant ‘staat’, maar ook binnen de zogenaamde gezelschappen (groepen ‘bevindelijke’ gelovigen die buiten de gevestigde kerk bijeen komen) is hij vaak te vinden. Het devies zoals dat onder het portret van Detmar staat, is ook werkelijk het motto van zijn leven geweest:
'Veel zondaars in te winnen voor ’t Rijk van zijnen Heer,
is Detmars grootste lust, zijn blijdschap en zijn eer'.
De eerste gemeente De Vuursche dient Detmar slechts negen maanden, Wijk (bij Heusden) bijna acht jaar. Hier maakt hij in januari 1809 een overstroming tengevolge van dijkdoorbraak mee, die de hele pastorie onder water zet, zodat de bewoners naar boven moeten vluchten. Detmar schrijft hierover dat door deze omstandigheden “zelfs elke hulpbetoning die ik zo gaarne in die bange uren mijn lieve gemeente bewezen had, mij geheel onmogelijk was”.
Van de 38 jaar dat Detmar predikant is, brengt hij precies de helft door in de gemeente Woerden (1815-1834), waar zijn voorganger in november 1813 bij de terugtrekking van de Fransen door een kogel om het leven is gekomen. Als Detmar eind 1814 de overtocht naar Woerden wil maken, wordt dit onmogelijk door vroeg invallende vorst en daardoor vindt de verhuizing pas eind februari 1915 plaats.
Woerden is voor Detmar een woelige periode. Hier wordt hij geconfronteerd met een grote gemeente zodat hij niet langer de enige predikant is, maar te maken krijgt met andersdenkende collega’s. De gezangenkwestie (de overheid verplicht in iedere kerkdienst een gezang te zingen) speelt hier, er is een gevangenis binnen de muren en Detmar aarzelt niet om ten tijde van de grote cholera-epidemie van 1832 met gevaar van besmetting zieken en stervenden te bezoeken.
Op 12 oktober 1834 wordt Dirk Adrianus Detmar als predikant in Ede bevestigd, een dag later begint in Ulrum de Afscheiding. Veel geestverwanten van Detmar volgen ds. De Cock in deze Afscheiding, maar Detmar blijft de Nederlands Hervormde Kerk trouw. “Maar in Ede had men geen behoefte aan afscheiding: de zuivere bediening van het Woord en van de Sacramenten was nog in de kerk, en de gemeente bloeide onder de arbeid van Detmar”, aldus Van Gorsel. “Er is maar één afscheiding, aldus Detmar, (…) en dat is dat men zich afscheidt van de wereld en de zonde”.
Hoewel er bij de komst van Detmar naar Ede bij sommigen enige weerstand is, verdwijnt deze vrijwel direct als sneeuw voor de zon. H.J. Nijenhuis schrijft in De Zandloper van maart 1984: “Al spoedig bleek dat met hem de juiste man op de juiste plaats was gekomen. Ds. Detmar kon niet alleen goed en duidelijk spreken, maar verstond tevens de kunst om met mensen, van hoog tot laag, om te gaan”.
Schrijver en dichter
In de periode dat Detmar predikant te Woerden is, begint hij te schrijven. In totaal zijn er veertien boeken van hem verschenen, waarbij er verschillende in de vorm van brieven zijn geschreven. Na zijn dood zijn ook enkele leerredenen in druk verschenen. In meerdere publicaties komen enkele regels in dichtvorm voor, een literaire uitingsvorm die Detmar niet vreemd was. In Ede is ruim 100 jaar na zijn dood een 20 coupletten tellend gedicht te voorschijn gekomen (op 11 augustus 1950 in de Edesche Kerkbode gepubliceerd), dat Detmar aan zijn “lieve Edenaren” richt. Eén van de coupletten luidt als volgt:
Ja, geliefde EDENAREN!
‘k ben van harte met u blij,
dat ik onder u mag wonen,
dat ik uwe Leraar zij.
Dank voor al uw liefdedaden
Zegt u mijn gevoelig hart;
God schenkt u de beste zegen
En hij matigt uwe smart;
Reist te Ede, hier beneên,
Naar het beter Eden heen!
Gezin en overlijden
In de periode dat Dirk Adrianus Detmar nog schilder in Den Haag is, trouwt hij met de uit de Betuwe afkomstige Petronella de Gier. Samen krijgen zij zes kinderen, waarvan er één als baby in Wijk overlijdt. De oudste zoon Johannis is kandidaat om Edes eerste organist te worden op het in 1845 in de Oude Kerk in Ede geplaatste orgel, maar de keuze valt op een ander. Ook zijn theologiestudie mislukt. Wel geeft deze zoon als drukker enkele preken van zijn vader uit. De naar zijn vader genoemde zoon Dirk Adrianus (geboren tijdens de Utrechtse studiejaren) wil na een theologiestudie voorganger worden in afgescheiden kringen, maar wordt daar niet toegelaten omdat hij “nog pas onlangs de liberale kerk heeft verlaten”. De jongste zoon wordt tabaksplanter en later boekbinder en handelaar in Veenendaal en diens zoon Dirk Adrianus wordt onderwijzer in Brummen. Van de beide dochters Detmar trouwt de oudste al voor de Edese periode en verhuist naar Friesland. De jongste dochter trouwt met de Edese timmerman Frans Kool, waarna ook dit echtpaar zich in Veenendaal vestigt.
Op 4 augustus 1844 overlijdt dominee Detmar, waarna hij op 9 augustus, de dag dat hij 70 jaar zou zijn geworden, op de begraafplaats achter de Oude Kerk wordt begraven. Aanvankelijk wordt het graf afgedekt met een liggende zerk, maar al snel wordt deze door een aantal vrienden vervangen door een “waardiger grafteken”. De oorspronkelijke zerk heeft ruim een eeuw naast de Oude Kerk gelegen en is ten tijde van de restauratie spoorloos verdwenen. De nieuwe ronde zerk met gedenkzuil wordt door de vrienden onderhouden, maar als ook deze zijn overleden raakt de gedenkzuil in verval. In 1911 vindt op particulier initiatief een grote onderhoudsbeurt plaats, maar twintig jaar later is een grondiger restauratie nodig. Nu neemt de kerkvoogdij de verantwoording op zich en bij hoge uitzondering wordt zelfs in de zondagse kerkdienst gecollecteerd voor de “vernieuwing van het gedenkteeken op het graf van Ds. D.A. Detmar”.
Twee jaar na deze restauratie besluit de gemeenteraad tot vernoeming van deze predikant in de naam Detmarlaan.
Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)
- Bank, Dr. J.H. van de Kudde in veelvoud – kleine kerkgeschiedenis van Ede. - Ede, 1986
- Bruggen, A.G. van In gedachtenis – portretten van predikanten van de Hervormde Gemeente Ede 1580-2004. - Ede, 2004 – blz. 89-93.
- Bruggen, A.G. van Let op hun wegen – biografische schetsen van de in Ede vernoemde predikanten W. van Irhoven, H. Muntingh en D.A. Detmar. - Ede, 1994
- Exalto, K., W. van Gorsel, H. Harkema Zij die bleven – schetsen over leven en werk van acht predikanten die niet met de Afscheiding meegingen. - Nijkerk, 1981
- Ros, drs. A. (bew.) Wonderlijke leidingen Gods – Het godvruchtig leven en zalig sterven van Ds. Dirk Adrianus Detmar. - Utrecht, 1991 (oorspronkelijk verschenen in 1845)
Auteur
Gerard van Bruggen, 2009
Contactgegevens
Raadhuis
Bergstraat 4
6711 DD Ede
Postbus 9022
6710 HK Ede
tel.: (0318) 68 09 11


