Ede Airport
Periode: 1910-1925
Plaatsaanduiding: Ede, Doesburgerheide, Immenweg.
Aan het begin van de 20e eeuw is de luchtvaart in Nederland vooral gericht op de ballonvaart. Berichten uit de USA waar de gebroeders Wright in 1903 hun eerste vlucht maken en uit Frankrijk waar in 1906 de eerste Europese vlucht wordt uitgevoerd met een gemotoriseerd toestel, bereiken ons land nauwelijks.
Het zijn particulieren, vooral rijke zakenlieden, die de luchtvaart in de belangstelling brengen door demonstraties te organiseren met buitenlandse vliegeniers. Vliegen is in die dagen een soort kermisattractie, waarvoor bezoekers bereid zijn geld te betalen om deze waaghalzerij te mogen zien.
Doesburgerheide
Op 4 juni 1910 besluit de gemeenteraad van Ede een aantal gronden op de Doesburgerheide, gelegen vlakbij De Driesprong in Ede, te kopen en deze te verhuren aan Verwey en Lugard’s Automobiel Maatschappij in Den Haag. Deze maatschappij is van plan daar een vliegveld aan te leggen. De centrale ligging en de aanwezigheid van spoorlijnen maakt Ede aantrekkelijk. Bovendien wil men er loodsen voor het fabriceren en repareren van vliegtuigen laten bouwen. De maatschappij heeft al van enkele eigenaren perceeltjes heide in pacht verkregen. De VVV`s in Ede en Lunteren zien in de vestiging van een vliegveld grote kansen voor de ontwikkeling van de gemeente Ede. Er worden uiteindelijk drie hangars en een vliegtuigfabriekje gebouwd. In dit zelfde jaar richten Verwey en Lugard een heideveld bij Soesterberg in als burgervliegveld. Later dat jaar wordt de exploitatie van beide vliegkampen ondergebracht in de NV Maatschappij voor Luchtvaart.
Jan Hilgers
De beide automobielfabrikanten horen dat tussen 31 juli en 4 augustus 1910 de eerste vlucht in Nederland door een Nederlander boven Heerenveen zal plaatsvinden. Dankzij de ambitie en het doorzettingsvermogen van beide heren wordt de eerste vlucht boven Nederland op de Doesburgerheide in Ede gehouden. Zij geven Jan Hilgers de opdracht de Friese initiatiefnemers voor te zijn. Hij koopt in opdracht van Verwey en Lugard in Frankrijk een vliegtuig; de Blériot XI. Hilgers moet dit toestel vliegklaar maken en koste wat kost vóór 31 juli de lucht ingaan. Hoewel Hilgers niet eens een vliegbrevet kan tonen, levert hij toch een huzarenstukje. Op 29 juli 1910 kiest hij als eerste Nederlander het Nederlandse luchtruim.
Demonstraties
Na de vlucht van Hilgers wordt het vliegkamp verder opgebouwd en worden toegangswegen aangelegd. Begin augustus arriveert er een tweede vliegtuig op het vliegkamp, waarmee Hilgers op 18 augustus een eerste vlucht maakt. De vliegbaan, 5000 meter lang en 200 meter breed, wordt keurig afgebakend en er wordt een toegangspoort (met kassa) gebouwd. Begin november 1910 wordt het vliegkamp met een ‘grote’ vliegshow officieel geopend. De vliegdemonstraties trekken veel publiek en worden uitgevoerd door de bekende aviateurs Gijs Küller en Henri Wijnmalen.
Militaire luchtvaart
De exploitatie van het vliegveld verloopt in 1911 niet goed en de firma Verwey en Lugard verdwijnt uit Ede. In 1913 begint Henri Bakker op het Vliegkamp Ede een eigen vliegschool; hiervoor is hij instructeur bij ‘De Condor’. Dit is echter geen vetpot. Bakker geeft er in 1918 de brui aan en vestigde zich in Wageningen om terug te keren in de autohandel. Op 1 juli 1913 wordt op vliegkamp Soesterberg de Militaire Luchtvaartafdeling opgericht. Het vliegkamp Ede wordt betrokken bij overlandvluchten, die nodig zijn voor het behalen van het militaire vliegbrevet. Het vliegveld krijgt een nieuwe impuls als de jonge vliegtuigbouwer Joop Carley zich eind 1917 in Ede vestigt.
Carley
Joop Carley, afkomstig uit Den Haag, begint naast een vliegschool, op Vliegkamp Ede een fabriek voor vliegtuigen en onderdelen. Zijn werkplaats richt hij in met de inboedel van een vliegtuigfabriek uit Gilze-Rijen. Carley ontwerpt en bouwt succesvol verschillende modellen vliegtuigen. Het terrein is inmiddels volledig ingericht, compleet met hangars, een pension, een restaurant, een gebouwtje voor de administratie en een woning voor de familie Carley. Na het aanvankelijke succes wordt de belangstelling voor vlieglessen kleiner en neemt ook de verkoop van vliegtuigen af. Carley besluit in de zomer van 1821 de vliegschool en de fabriek te sluiten en vertrekt met zijn gezin naar Rotterdam. In september van dat jaar worden vliegtuigen, motoren en ander materiaal opgesteld achter ‘De Reehorst’ en op 28 september openbaar verkocht in zaal ‘Buitenlust’ aan de Stationsweg.
De hangars en andere gebouwen vallen in slopershanden; de betonvloeren laat men gemakshalve maar liggen. Jarenlang hebben vakantiegasten en omwonenden er als tennisbaan dankbaar gebruik van gemaakt. Later is ook het beton verwijderd en is er niets meer wat verwijst naar het vliegkamp dat daar ooit was.
Ede had nog een tweede vliegveld. Dit tweede veld met een fabriek, in mei 1911 in gebruik genomen en in juni 1912 failliet verklaard, is minder bekend dan het vliegveld op de Doesburgerheide. Het lag aan de Immenweg op het landgoed 'De Valouwe' en werd geëxploiteerd door de NV 'De Condor'.
Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)
- Molenaar, A. Toen was vliegen nog niet gewoon. - Ede, 2010
- Hidding G., R. Lucas en C. Nijmeijer Van fladderen tot vliegen: 70 jaar luchtvaart. - Den Haag, 1980
- Schoenmaker, W. Het vliegkamp Ede (1910–1921). - Ede, 1985
- Schoenmaker, W. en T. Postma Aviateurs van het eerste uur: de Nederlandse luchtvaart tot de Eerste Wereldoorlog. - 1984
- Nijenhuis, H.J. Oud-Ede, vertellingen uit ons dorp. - Zaltbommel, 1979
- Gemeentebestuur Ede 1818-1948, bouwvergunningnummer 1910/864
- GA10466
- GA10711
- GA22687
Auteurs
Evert Somer, 2005
Henk M. Klaassen, 2011
Contactgegevens
Raadhuis
Bergstraat 4
6711 DD Ede
Postbus 9022
6710 HK Ede
tel.: (0318) 68 09 11



