Gemeentelijke monumenten

Monument van lokaal belang

Gemeentelijke monumenten hebben cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde op plaatselijk niveau. De bescherming van gemeentelijke monumenten is geregeld in de gemeentelijke monumentenverordening. Voor gemeentelijke monumenten geldt geen leeftijdsgrens. 

Ede bezit op dit moment ruim 300 op gemeentelijk niveau beschermde objecten en complexen. Hiertoe behoren onder andere vele notabelenwoningen langs de uitvalswegen van Ede, Bennekom en Lunteren, zoals bijvoorbeeld aan de Dorpsstraat nr. 8 (villa Dannenborgh), 14 (Rosmersholm), 22 (De Eerdbeek) en 26 (De Lindenhoek). Andere bekende voorbeelden vormen kasteel De Bruinhorst aan de Luntersekade in Ederveen, de woningen van het oude Enka-fabrieksdorp `Vooruit` in Oud Ede Zuid en de voormalige dokterswoning `villa Oase` aan de Oude Bennekomseweg in Ede. Minder bekende voorbeelden zijn wellicht het transformatorhuisje aan de Oranjelaan in Ede, een zonnewijzer bij de Dr. W. Dreeslaan 1 in Bennekom, of een voormalig dorsmachineschuurtje op de hoek van de Dickenesweg met de Dijkgraaf, eveneens in Bennekom.

Bekijk ook de grotere foto's met uitgebreide toelichting.

Hoe wordt een gemeentelijk monument aangewezen?

Een object kan voor de gemeentelijke monumentenlijst worden voorgedragen door de eigenaar of een andere belanghebbende. Het merendeel is echter op initiatief van de gemeente zelf aangewezen. Veelal gebeurde dit op voordracht van de Monumentencommissie Ede. De gemeente geeft belanghebbenden de gelegenheid om hun standpunt ten aanzien van een voordracht kenbaar te maken. Op grond van het advies van de Monumentencommissie en na afweging van alle belangen neemt het gemeentebestuur uiteindelijk het besluit om al dan niet tot plaatsing op de monumentenlijst over te gaan. 

Op gemeentelijk schaalniveau is beschermingsbeleid tot op heden vooral uitgevoerd om de meest waardevolle historische (steden-)bouwkunst uit de periode tot 1940 middels inventarisatie, selectie en bescherming veilig te stellen en een plek te geven in toekomstige ontwikkelingen. De belangrijkste objecten en complexen uit deze periode zijn inmiddels vrijwel allemaal aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. De komende jaren zal de aandacht langzaam gaan verschuiven naar de periode van de zogenaamde Wederopbouw, die de resultaten van landinrichting en (steden-)bouwkunst uit de periode 1940-1965 omvat.

Wat is beschermd?

Van alle gemeentelijke monumenten zijn redengevende beschrijvingen opgesteld. Hieruit blijkt welke onderdelen specifiek onder de bescherming vallen en zijn de redenen opgesomd waarom een object of complex als beschermd monument is aangewezen. Het is dus mogelijk dat bij een boerderijcomplex behalve de boerderij ook het bakhuis, de hooiberg, de omringende erfaanleg en eventuele erfafscheidingen onder de bescherming vallen. Bij gebouwen zijn in de regel zowel het exterieur als het interieur beschermd.