Veldhuizen A, (g)een veilige buurt?
De Adviesraad heeft op eigen initiatief het College van Burgemeester en Wethouders geadviseerd over de veiligheid in Veldhuizen A. In Veldhuizen A zorgt namelijk een groep van ongeveer 100 jongeren, grotendeels met een Marokkaanse achtergrond, voor crimineel, overlastgevend en/of hinderlijk gedrag. De afgelopen jaren zijn met wisselend succes projecten en aanpakken ingezet om de overlast te verminderen, maar het probleem is hardnekkig.
Bij het formuleren van dit advies heeft de adviesraad zich gebaseerd op informatie die zij gekregen heeft uit gesprekken en/of werkbezoeken in oktober en november 2008, met Henk de Wit van de afdeling Veiligheid van de gemeente Ede, Safae el Ghouti van de Jongerenraad Ede, ongeveer 40 jongeren van de jongerencommissie MJ (Marokkaanse Jongeren), een straathoekwerker van Welstede en Marjan Volmer van Actium, het wijkteam en stichting Irshad. Daarnaast heeft de adviesraad een gespreksavond van B&W bezocht waaraan ongeveer 40 Marokkaanse mannen deelnamen.
Advies
Het advies gaat eerst in op de aanpak van de overlastproblematiek in het algemeen. Vervolgens formuleert de adviesraad specifieke aanbevelingen voor aanpak van de harde kern-jongeren en de ‘meelopers’ geformuleerd. Tenslotte vindt een samenvatting plaats van de belangrijkste aanbevelingen. De algemene aanbevelingen uit dit rapport zijn:
- De adviesraad pleit voor een integrale aanpak van de problematiek. De problemen kunnen alleen effectief worden aangepakt als er een vaste structuur wordt opgezet. Daarbinnen zijn zowel onderlinge samenhang en afstemming, als een langere termijnperspectief belangrijk: alle partijen (inclusief de jongeren) weten dan waar ze aan toe zijn.
- De adviesraad bepleit dat er daarbij beter naar good practices die hun nut binnen en buiten Ede bewezen hebben gekeken moet worden. In Ede is in de afgelopen jaren al veel ervaring met verschillende projecten en aanpakken opgedaan; een inventarisatie van die ervaringen (d.m.v. projectevaluaties) moet in beeld brengen welke projecten resultaat hebben gehad en welke niet. Ook van lopende projecten moeten de resultaten meetbaar worden gemaakt, zodat goede initiatieven behouden blijven. Tenslotte is het zinvol om ook te kijken wat andere gemeenten (Gouda, Rotterdam, Nijmegen) op dit gebied doen en gebruik te maken van de ervaringen daar bij het bepalen en uitvoeren van acties. In Rotterdam bestaat bijvoorbeeld al ervaring met het persoonlijk aanschrijven van harde kern-jongeren, die ingezet had kunnen worden bij de onlangs uitgevoerde actie in Ede.
- De Marokkaanse gemeenschap zelf moet op een meer structurele wijze betrokken worden in deze aanpak. Geef ze meer verantwoordelijkheid, maar faciliteer ze daar ook in. De participatie van de gemeenschap krijgt een serieuzer karakter als er meer geïnvesteerd wordt in de samenwerking, door mensen die willen participeren te trainen en te ondersteunen. Door aan participatie een vergoeding te verbinden, kun je ook hogere eisen stellen aan de kwaliteit van de participatie. Het sentiment dat het geld bij de algemene instellingen terecht komt, in plaats van bij de zelforganisaties of in de wijk, vermindert dan.
- Bij het opstarten van nieuwe projecten moet geïnventariseerd worden wat de behoeften en ideeën van de gemeenschap zelf zijn. Het buurtvaderproject is wat dat betreft een gemiste kans.
- De Marokkaanse zelforganisaties (Marokkaanse Vereniging, Stichting Irshad en de jongerencommissie Marokkaanse Jongeren) kampen allemaal met ruimtegebrek en/of huisvestingsproblemen. De gemeente moet deze problemen serieus nemen.
- Om hun rol als gesprekspartner van de gemeente beter te kunnen vervullen, moeten de zelforganisaties zelf ook een professionaliseringsslag maken.
- De adviesraad onderschrijft de visie van de gemeente dat het belangrijk is de harde kern-jongeren duidelijk te onderscheiden van de groep daaromheen, de zogenaamde ‘meelopers’. De twee groepen dienen verschillend aangepakt te worden. Voor de harde kern bepleit de adviesraad een repressieve aanpak, die erop gericht is het overlastgevende gedrag te beëindigen en de groep uit elkaar te halen. Hierbij moet uiteraard ook oog zijn voor de individuele problemen waar deze jongeren mee te maken hebben. Voor de meelopers is een preventieve aanpak passender: bij deze jongens wordt afglijden voorkomen door ze andere rolmodellen en duidelijke toekomstperspectieven te bieden.
Het complete advies is ook als pdf-bestand raadpleegbaar. Andere formaten kunt u ook op verzoek aanvragen.
Contactgegevens
Raadhuis
Bergstraat 4
6711 DD Ede
Postbus 9022
6710 HK Ede
tel.: (0318) 68 09 11
