Bennekom, een historische schets

Periode: steentijd tot 1900
Plaatsaanduiding: Bennekom

In onze omgeving zijn sporen gevonden van bewoning vanaf de ‘midden steentijd’ (8000-3000 v.Chr.). In de ‘jonge steentijd’ (3000-1500 v.Chr.) komt er landbouw op gang bij nederzettingen die tegen de hellingen van een stuwwal liggen. Eén van die stuwwallen is de wal Wageningen-Lunteren en daar aan is, wat nu Bennekom heet, ontstaan. In de prehistorie vormt het zeker nog geen dorp, maar telt het enkele verspreid wonende families. Naast de vondst van meerdere grafheuvels in de omgeving van Bennekom, treft men er ‘raatakkers’ (z.g. Celtic Fields) aan, die stammen uit de ‘ijzertijd’ (500 v.Chr. – 100 n.Chr). Bodemvondsten van voorwerpen van het z.g. ‘Bekervolk’ (ca. 1800 v.Chr.) bevestigen de lange historie van het dorp.

Bennekomse Buurt

Binnen het ambt Ede is Bennekom lange tijd zelfstandig geweest met een eigen bestuur, in de vorm van een ‘buurt’. Deze bestuursvorm kende men op veel plaatsen in ons land; het gebied van de huidige gemeente Ede telde in de Middeleeuwen dertien buurten. De buurt Bennekom was de vereniging van grondeigenaren, die in Bennekom ook gemeenschappelijk grondbezit had. Alle privé-eigendommen vielen daar buiten. In 1832 was de buurt eigenaar van ruim 125 ha land. Een buurt is ook een wijk. Bennekom telde er twee: de Bovenbuurt en de Benedenbuurt. In de Benedenbuurt (het lagere westen) woonden relatief veel landbouwers en hun personeel. In de Bovenbuurt, waartoe ook het dorp werd gerekend, zag men meer zelfstandige beroepen en middenstanders.

Moftbos

In de veertiende eeuw maken de bossen ten oosten van Bennekom deel uit van het Moftbos, onderdeel van de Veluwse boscomplexen. Dit bos is eigendom van de graven –later hertogen- van Gelre. Zij zijn aangesteld door de Duitse keizer en als beloning voor het beheer van het bos mogen zij beschikken over de opbrengst van het domein. Vanouds kunnen Bennekomse boeren, op basis van een gewoonterecht gebruik maken van het Moftbos, mede waardoor het bos grotendeels tot heide degradeert. In 1581 wordt Philips II niet langer erkend als landsheer van de Nederlanden en sindsdien bestuurt de Rekenkamer van de Staten van Gelderland het domein.

Hoekelumse Brink

Hoekelumse Brinkweg, circa 1935

De Hoekelumse Brink is ouder dan het kasteel Hoekelum en ook dan het dorp Bennekom. Vermoedelijk is deze brink ontstaan rond de zevende eeuw op de grens van hoog en laag land. Aanvankelijk zijn er enkele zeer kleine boerderijtjes met daar omheen wat akkerland. Later worden de akkers uitgebreid richting de zandgronden en ontstaan de engen. De Hoekelumse Brink is een deel van de Bovenbuurt; beide benamingen worden wel door elkaar gebruikt. Ten westen van de brink ligt het lage gebied dat in de late Middeleeuwen wordt opgehoogd of ingepolderd. De rechte stegen in de ‘Kraats’ vormen de grens tussen de verschillende polders.

Oude Kerk

Het is niet bekend wanneer de Oude Kerk van Bennekom precies is gebouwd. Waarschijnlijk staat zij er al in de 14e eeuw, zij het in een andere vorm. Uit de stichtingsakte van 1510 blijkt, dat de kerk oorspronkelijk is gewijd aan Sint Alexander. De kerk heeft drie, mogelijk vier, altaren die lang geleden zijn verdwenen. Wel bewaard gebleven zijn vier grafstenen van het geslacht Toe Boekop, bewoners van kasteel Harsselo in de 17e en 18e eeuw. In 1542 worden twee zijbeuken aan de kerk gebouwd en in 1858 verdwijnt het gotische koor, waardoor één groot schip ontstaat en het aantal zitplaatsen bijna verviervoudigt. Omstreeks 1580 gaat de parochie naar de Reformatie over. Een jaar later wordt dominee Fabritii de eerste hervormde predikant van Bennekom. In 1878 wordt het orgel, gebouwd door Leichel uit Düsseldorf, in gebruik genomen.

Kostersteen

De Kostersteen voor de Oude Kerk

In de tijd dat er nog geen krant bestaat, wordt het belangrijkste nieuws van het dorp op zondag na de dienst van de kansel voorgelezen. Deze mededelingen betreffen houtverkopingen, boelhuizen, buurtspraak besluiten, enzovoort. Op een gegeven moment vindt men het eigenlijk niet gepast deze wereldlijke zaken via de kansel bekend te maken. Vanaf dat moment doet de koster/schoolmeester dit buiten de kerk, na het einde van de dienst. Om zich beter verstaanbaar te maken gaat hij op een grote ronde steen staan: de kostersteen. Deze steen, die nog altijd rechts voor de toreningang ligt, dateert vermoedelijk uit het einde van de 18e eeuw.

Franse tijd

In 1812 wordt het Ambt Ede opgedeeld door de Franse bezetters in vier zelfstandige gemeenten (mairies), te weten: Ede, Lunteren, Otterlo en Bennekom. Theodorus Prins wordt burgemeester van het dan 800 zielen tellende Bennekom. In 1813 is Napoleon al zoveel van zijn macht kwijt, dat zijn vijanden alvast de randen van zijn rijk (zoals Holland) belagen. Deze ‘bevrijders’ zijn vooral Kozakken en later de Pruisen. Er worden veel eisen en verplichtingen opgelegd aan de burgers, ze moeten haver, brood, vlees, brandewijn, hooi en stro, brandhout, enzovoort, plus het transport ervan leveren. En daar er bijna evenveel soldaten zijn ingekwartierd als er inwoners zijn, wordt het dorp geheel kaalgeplukt. Als de Russen en Pruisen ons land verlaten hebben, wordt in 1818 de oude orde hersteld en vormen de vier mairies samen weer het Ambt (later gemeente) Ede.

Opheffing buurt

Tegen het einde van de 19e eeuw gaan er in de buurt steeds meer stemmen op om de gemeenschappelijke gronden te verkopen en iedere geërfde zijn deel uit te betalen. Op 15 juni 1889 komen 117 geërfden naar de buurtspraak; een ongekend groot aantal. Na vele discussies wordt uiteindelijk een ruime meerderheid gevonden voor de verdeling. Er zijn 150 stemmen voor, 10 tegen en 4 blanco stemmers (sommige geërfden kunnen meer dan één stem uitbrengen). Alle 289 geërfden ontvangen een bedrag van 245,20 gulden, voor die dagen een flink bedrag. En daarmee houdt de eeuwenoude buurt van Bennekom op te bestaan.

Groei

In 1811 telt Bennekom (Boven- en Benedenbuurt samen) 925 inwoners en in 1850 zijn dat 1415 personen. In dat jaar kreeg de onderwijzer van de enige school van Bennekom een ondermeester erbij. Mede door de komst van de stoomtram in 1882 wordt Bennekom in het begin de 20e eeuw een aantrekkelijke vestigingsplaats voor welgestelden en renteniers. Gezichtsbepalend voor de veranderingen rond 1900 zijn de villa’s die werden gebouwd, onder andere aan de Grintweg en de Selterskamp. Gecombineerd met de aanwas uit de eigen bevolking en uitbreiding van de werkgelegenheid is de groei doorgezet. Rond de Oude Kerk ontstond vanaf het begin van de 20e eeuw een compact centrum. De boerderijtjes, die tot in de kern van het dorp te vinden waren, zijn verdwenen maar het aantrekkelijke dorpse karakter is gebleven.

Bronnen

Luchtopname met de Oude Kerk in het midden, 1971

Literatuur

  • Lever, B. e.a.,  Dit is Bennekom.  - Bennekom, 2006
  • Heine, J.R.F.,  Een baken in de tijd.  - Ede, 2007
  • Ver. Oud-Bennekom,  Oud-Ede en Oud-Lunteren,  Van woeste gronden. - Ede, 2005
  • Roekel, G. van., Het buurtboek van Bennekom. - Capelle a.d. IJssel, 1998
  • Woudsma, G.,  Van Bero tot Bello. - Bennekom, 1986
  • St. Oud-Bennekom,  Een Veluws dorp. - Bennekom, 1956
  • Lever, B. en A. v.d. Valk,  Bennekom te boek. - Bennekom, 2009
  • Grootheest, A.C. van en G.M. Sanders, G.M., De Hoekelumse Brink: het bewaren waard. - Ede, 1990

Archieven

  • Archief Gemeentebestuur Bennekom, nr. 001.2
  • Archief Buurt Bennekom, nr. 004

Documentatie

  • Documentatieverzameling Gemeente Ede, map 1.5 en 10.41
  • Documentatieverzameling Hartgers, nr. 6

Tijdschriften

  • De Kostersteen, 2008/105

Fotocollectie

  • GA40205 Hoekelumse Brinkweg, circa 1935
  • RE31656 De Kostersteen voor de Oude Kerk
  • GA34265 Luchtopname met de Oude Kerk in het midden, 1971

    Auteur

    Henk M. Klaassen, 2012