Augustus: archief Enka Ede toegankelijk

Luchtfoto Enka-fabriek, ca. 1970 (GA10969)
Luchtfoto Enka-fabriek, ca. 1970 (GA10969)
Vervoer van het personeel met bussen (GA10984)
Vervoer van het personeel met bussen (GA10984)

Over het archief

Na de sluiting van de Fabriek Ede in 2002, is het in de fabriek nog aanwezige archiefmateriaal overgebracht naar het Gemeentearchief Ede. Dat was ongeveer 12 strekkende meter. Dit archiefmateriaal was eigenlijk meer een documentatieverzameling van archiefbescheiden met betrekking tot de ENKA-fabriek Ede, dan een gestructureerd bedrijfsarchief. De voor blijvende bewaring in aanmerking komende archiefbescheiden van de Fabriek Ede bevonden zich toen al in het concern-archief in het hoofdkantoor te Arnhem. Later, in 2012, is nog ongeveer negen strekkende meter archiefmateriaal vanuit het concern-archief te Arnhem overgebracht naar het Gemeentearchief Ede. Dit omvatte vooral archiefbescheiden van de ondernemingsraad van de Fabriek Ede. Anno 2015 wordt aan dit archief als gedeponeerd archief het archief van Cultureel Centrum De Reehorst over de periode 1929-1967 toegevoegd. In deze periode fungeerde verenigingsgebouw De Reehorst als het cultureel centrum voor de werknemers van de Fabriek Ede. Dit archief had archiefnummer 191. Het archief heeft een totale omvang van 18 strekkende meter en omvat voor wat betreft het archief van Fabriek Ede 418 inventarisnummers en voor het gedeponeerde archief van Cultureel Centrum De Reehorst 180 inventarisnummers. In totaal dus 598 inventarisnummers. Het archief heeft archiefnummer 177. Alle kopieën, dubbelen etc. zijn uit de beide archieven verwijderd en vernietigd.

Het archief is geheel openbaar. Het archief is geïnventariseerd door Arjan Molenaar, Herman Verbakel en Liesbeth van Roekel. De tekst van de inleiding is voornamelijk uit de boeken ‘Niet bij brood alleen. Sporen van de Enka in de Edese samenleving’, september 2010, ISBN 97890-79623-11-2, en ‘Kunstzijdefabriek Enka. Tachtig jaren werkgelegenheid en welvaart in Ede’, december 2008, ISBN 97890-79623-03-7 van mevrouw Riet Beuker gehaald. Deze Historische Cahiers zijn te koop bij het Gemeentearchief.

Zoeken in Archieval

Hoe het begon

In het midden van de negentiende eeuw neemt de vraag naar textiel toe. De stoffen die worden gebruikt voor de vervaardiging van textiel zijn duur. Daarom zoeken wetenschappers een goed en goedkoop alternatief. De uitvinding van kunstzijde aan het einde van de negentiende eeuw is de oplossing voor het probleem.

Op 8 mei 1911 wordt de NV Nederlandse Kunstzijdefabriek, ENKA, officieel opgericht. Voor de vestiging wordt Arnhem gekozen om de goedkope grond, het goedkope water en de gunstige ligging ten opzichte van Duitsland, een mogelijk exportland. In 1913 is de eerste productie een feit. In 1913 start Jacques Coenraad Hartogs in Arnhem de Nederlandse Kunstzijde-fabriek en weet na één jaar deze fabriek al rendabel te maken. Vele arbeiders die werkten aan de bouw van de ENKA worden werknemer in de fabriek. Hartogs zelf leert zijn mensen het spinnen van de garens. De kunstzijdefabriek (viscose) is gestart op een vinding waar de voormalige werkgever van Hartogs, hij werkte als chef fabricage in de Kunstzijdefabriek van Courtauld in Coventry, geen toekomst in zag. Het nieuwe procedé voor het spinbad wordt de basis voor de NV Nederlandse Kunstzijdefabriek ENKA in Arnhem.

 Vestiging in Ede

In augustus 1919  hebben Hartogs en burgemeester dr. C.O.Ph. Creutz van Ede een bespreking over de eventuele vestiging van een kunstzijde fabriek in Ede. Dat er gekozen wordt voor Ede komt door een aantal gunstige factoren: goede kwaliteit van het grondwater, bouwlocatie langs het spoor en relatief goedkope grond. Twee factoren vormen een uitdaging voor Hartogs: er moet voldoende geschikt fabriekspersoneel gevonden worden en de afvoer van spoelwater van de fabriek moet goed georganiseerd worden.

De Nederlandse Kunstzijdefabriek wil het fabriekspersoneel huisvesten in 300 arbeiderswoningen, nabij de fabriek in Ede-Zuid, waarbij Hartogs de medewerking van de gemeente Ede vraagt om deze te bouwen. De afvoer van spoelwater kan via een open riool langs het spoor in de richting van de Grift nabij Veenendaal.

Op 20 augustus 1919 passeert de akte waarbij de Nederlandse Kunstzijdefabriek eigenaar wordt van het bouwterrein voor de nieuwe fabriek. De 300 arbeiderswoningen moeten in de vorm van een tuindorp worden gerealiseerd.

 De bouw van de fabriek

De opdracht voor de bouw van de fabriek gaat naar bouwkundig ingenieur jhr. J.W. van den Bosch. Hij tekent het ontwerp en is ook uitvoerder van het project. Hij ontwerpt het pand als een vesting met torens op de hoeken. Het hoofdgebouw van de fabriek wordt gevormd door vier gesloten vleugels met op elke hoek een toren. In het hart van deze carré staat de kolencentrale met een schoorsteen van 75 meter. De technische werkplaatsen zijn rond het carré geplaatst. Rechts van de hoofdpoort komt de cellulose binnen, die in de U-vorm van het complex het hele productieproces doorloopt. Uiteindelijk verlaat het eindproduct links van de poort de fabriek. De stijlkenmerken behoren tot de Nieuwe Zakelijkheid. De bouw vindt plaats in de jaren 1920 en 1921. Vanaf 20 januari 1922 is de fabriek in bedrijf.

De heer Hartogs koopt het Parkhotel en jachthuis 'De Reehorst' op 8 november 1921 voor tijdelijke huisvesting van werknemers. Na de bouw van de 300 arbeiderswoningen door Woningbouwvereniging 'Vooruit' in Ede-Zuid is dit probleem opgelost.

Grote veranderingen in Ede

Met de komst van ENKA naar Ede, wordt Ede met sneltreinvaart het industriële tijdperk in gebracht. De komst van de Enka fabriek zorgt ook voor grote veranderingen in Ede: meer werkgelegenheid, de opkomst van Cultureel Centrum ‘De Reehorst’, stimulans voor de woningbouw, bloei van het verenigingsleven, zoals de oprichting van voetbalverenigingen, de speeltuinvereniging en muziekverenigingen waaronder het Enka Mannenkoor Ede.

In de periode 1922-1970 kent de fabriek een periode van groei en telt op haar economische hoogtepunt ruim 4.000 werknemers. Daarna stagneert de vraag naar synthetisch garen echter, doordat kledingproducenten hun heil zoeken in Azië. Er ontstaat overcapaciteit op de markt en tot overmaat van ramp breekt begin jaren ’70 van de vorige eeuw de oliecrisis uit. Er moet gesaneerd worden. De markt voor viscose stort tijdens de jaren 80 en 90 geheel in met als gevolg dat de productie terugloopt. Na diverse reorganisaties in de jaren ’90 blijft de fabriek desondanks toch met verlies draaien. De fabriek wordt in 2002 stopgezet.

Historische cahiers te koop bij het Gemeentearchief:

  • Kunstzijdefabriek Enka. Tachtig jaren werkgelegenheid en welvaart in Ede. € 9,90
  • Niet bij brood alleen. Sporen van de Enka in de Edese samenleving € 9,90