Geschiedenis Airborne

September is een bijzondere maand. Het is de maand waarin we terugdenken aan hen die in 1944 vochten voor onze vrijheid. We denken terug aan de Operatie Market Garden, het bombardement op Ede en de luchtlandingen. In september herdenken we het verleden, vieren we onze vrijheid en staan we stil bij hoe waardevol onze vrede en veiligheid is. Lees hieronder meer over deze geschiedenis.

De Airborne Herdenking en Luchtlandingen herinneren aan de gebeurtenissen in 1944 tijdens de Tweede Wereldoorlog waarbij Ede betrokken was: operatie Market Garden.

Operatie Market Garden was een aanval van de Britse en Amerikaanse legers in september 1944. Het was voor Nederland de grootste operatie uit de Tweede Wereldoorlog. Britse legers stonden aan de Belgisch-Nederlandse grens en de Amerikanen veroverden Zuid-Limburg. Het leek een goed moment voor een offensief tegen de Duitse macht om zo door te stoten naar Berlijn.

Een gewaagd plan
Daarom bedacht de Britse generaal Montgomery een gewaagd plan. Zijn aanval ging niet direct Duitsland in. De Maas, bunkerlinies en daarachter weer de Rijn maakten dat te lastig. Deze hindernissen moesten omzeild worden door een opmars op de grond via Eindhoven, Nijmegen en Arnhem. En gedropte parachutisten moesten daar alle bruggen veroveren en de wegen vrijmaken.

Het plan was dat de Britse para’s zouden landen op de Ginkelse Heide, waarna ze snel richting Arnhem moesten marcheren. Veel tegenstand werd er niet verwacht. Britse tanks moesten via Noord-Brabant en Nijmegen naar hen oprukken. Zo zouden ze bij Arnhem over de Rijn komen en dan Duitsland in trekken. Het hele Ruhrgebied zou dan veroverd kunnen worden en zo zou de Duitse oorlogsindustrie stilvallen. Ook moesten de Britten doorstoten naar het IJsselmeer en dus het Duitse leger in West-Nederland afsnijden. Voor de kerst zou de oorlog dan afgelopen zijn.

Een brug te ver
In Brabant en bij Nijmegen werden de bruggen inderdaad veroverd door Amerikaanse parachutisten. Vaak kwamen de Britse tanks net op tijd om samen Duitse tegenaanvallen af te slaan. Maar die tegenaanvallen vertraagden Market Garden te veel. De kwetsbare, lange opmarsroute werd te vaak afgesneden. Daardoor ging het mis. Het duurde te lang en de laatste brug bij Arnhem was net een brug te ver. Britse tanks kwamen uiteindelijk tot Elst, maar niet verder. Ondertussen hadden de Britse parachutisten in Arnhem en Oosterbeek enorm zware gevechten geleverd met fanatieke SS’ers.

Een bruggenhoofd over de Rijn kwam er dus niet. Noord-Brabant en delen van Limburg en Zeeland waren wel bevrijd. Maar de rest van Nederland moest nog een lange strenge winter wachten op de bevrijding, in mei 1945.

Bij de start van operatie Market Garden op 17 september 1944 bombardeerden geallieerde vliegers het zuidelijke gedeelte van Ede. Het doel van deze bombardementen waren de kazernes waar Duitse militairen zaten. Door het slechte weer en navigatiefouten kwamen veel bommen niet op de kazerne terecht, maar op woonwijken in Ede. Daarbij kwamen 69 mensen om het leven.

Iedere vrijdag voor de Airborne Luchtlandingen is er een korte herdenking bij het monument aan de Parkweg. Om 11.25, het tijdstip waarop de eerste bommen vielen, leggen leerlingen van Edese scholen bloemen.

Een belangrijk doel van operatie Market Garden was de Arnhemse Rijnbrug. Die lag begin september zo’n 120 kilometer van het front. De brug zou via een totale verrassingsaanval veroverd moeten worden door Britse luchtlandingstroepen. Na een paar dagen zouden zij ontzet moeten worden door tankdivisies. Ook moesten de parachutisten heel Arnhem innemen.

Parachutisten en zweefvliegtuigen kunnen natuurlijk niet in een stad landen. De militaire plannenmakers keurden ook het drassige polderterrein af, pal ten zuiden van de Rijnbrug. Er waren betere landingsterreinen gevonden, maar wel tamelijk ver van de brug: in de omgeving van Heelsum en Wolfheze (op 17 september) en op de Ginkelse Hei bij Ede (op 18 september).

De Ginkelse Hei
Na de eerste landing zou de helft van de troepen meteen opmarcheren naar Arnhem. De andere helft zou de landingsterreinen beveiligen omdat niet alle para’s op dag één konden landen. De Ginkelse Hei moest zelfs nog veroverd worden. De Britten waren erg optimistisch. Ze verwachtten dat Duitse tegenaanvallen niet zo snel zouden komen. Ze wisten niet dat er nog gevaarlijke restanten van SS-eenheden waren, juist in de buurt van Arnhem.

Op 17 september landde rond Heelsum en Wolfheze het grootste deel van de parachutisten en zweefvliegtuigen van de Britse eerste Airborne Divisie. Terwijl ze de terreinen vanuit het zuiden aanvlogen, werden 358 zweefvliegtuigen losgekoppeld. Ook dropten 145 Dakota-vliegtuigen hun parachutisten. Dat ging helemaal volgens plan en er was geen weerstand.

Maar het ging snel fout bij de opmarsroutes richting stad. De Duitsers reageerden bliksemsnel. Een deel van de Britten liep bijvoorbeeld in een hinderlaag bij Wolfheze. De brug en de stad konden daardoor niet snel ingenomen worden met voldoende troepen. Alleen het 2e parachutistenbataljon, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, kwam geen vijand tegen. Aan de noordelijke kant van de brug nam hij met zijn eenheid een sterke positie in. Daarna wisten de Duitsers alle Britse versterkingen richting brug tegen te houden. De Britten kregen ook te maken met slechte radioverbindingen. Daardoor haperde het contact tussen de eenheden van de divisie en kon er niet effectief samen gevochten worden.

Voor 18 september stonden landingen gepland op Dropzone Y, ofwel de Ginkelse Hei. Die gingen maar net goed. Een deel van de op 17 september gelande parachutisten moest de dropzone veiligstellen. Vlak voor de landing hadden de parachutisten van het 7th Battalion King's Own Scottish Borderers (KOSB) de Duitsers verdreven van de dropzone en uit hun hoofdkwartier, de herberg Zuid Ginkel. Daardoor kon het laatste deel van de Britse eerste Airborne Divisie redelijk veilig landen.

Oosterbeek
In de dagen daarna werd de Duitse druk steeds groter. Een landing van Poolse zweefvliegtuigen kwam op 19 september terecht tussen de Britten en Duitsers en mislukt faliekant. De landingsterreinen werden verlaten, de Britten trokken zich terug op Oosterbeek. Het is duidelijk dat de divisie niet bij de brug zou komen, tenzij Britse tanks via Eindhoven en Nijmegen snel Arnhem bereikten. Maar die hoop gaat in rook op. Na veel Duitse tegenaanvallen en andere vertragingen kwamen de tanks niet verder dan Elst. Bij de brug waren Frost en zijn mannen toen al verslagen, na onafgebroken bittere gevechten. Het restant van de Britten werd vanuit Oosterbeek geëvacueerd in de nacht van 25 op 26 september. Met hulp van het verzet vonden andere para’s in de maanden daarna hun weg terug naar bevrijd gebied. 

In de stad, in de bossen en rond de landingsterreinen leden beide kanten grote verliezen. De Slag om Arnhem hoort bij de zwaarste gevechten uit de Tweede Wereldoorlog.