Welstandscriteria

We toetsen en adviseren aan de hand van criteria. Daarvoor maken we onderscheid in criteria voor kleine bouwwerken en gebiedscriteria. Ook maken we gebruik van algemene criteria en criteria voor de excessenregeling. Op de ‘Welstandskaart’ vindt u welke gebiedsbeschrijvingen en criteria voor uw locatie gelden.

Criteria voor kleine bouwwerken

Bij veel voorkomende en kleine bouwwerken en reclame-uitingen passen we een eenvoudige toets toe. Daarvoor hebben we specifieke criteria opgesteld. Het gaat om bouwwerken waar u een omgevingsvergunning voor nodig heeft. Als het bouwwerk of de reclame-uiting voldoet aan de criteria krijgt u een positief welstandsadvies. Voldoet uw bouwwerk of uiting niet aan de criteria of is er twijfel? Dan is er afhankelijk van de locatie een nadere toets of advisering nodig. De criteria voor veel voorkomende en kleine bouwwerken en reclame-uitingen vindt u hoofdstuk 3 van de welstandsnota.

Gebiedscriteria

Voor bouwplannen die niet vallen onder de categorie ‘kleine bouwwerken’ zijn gebiedscriteria van toepassing. Deze criteria zijn ontleend aan de ruimtelijke kenmerken en karakteristieken van de verschillende herkenbare gebieden binnen de gemeente. De gebiedscriteria zijn niet beschreven als harde richtlijnen en eisen, maar als beeldkenmerken. Ons streven is om aan te sluiten bij de beeldkenmerken van een gebied. De gebiedscriteria laten daarmee ook ruimte voor creativiteit en interpretatie.

Voor sommige locaties of gehele gebieden zijn aanvullende, meer gedetailleerde beeldkenmerken beschreven. Dit komt alleen voor binnen gebieden waarvoor een bijzonder welstandsniveau geldt. De aanvullende beeldkenmerken hebben betrekking op een specifiek bebouwingscluster met een eigen karakteristiek.

Voor een beperkt aantal gebieden zijn geen beeldkenmerken geformuleerd, bijvoorbeeld omdat de kenmerken te uiteenlopend of bijzonder zijn. Binnen deze gebieden zijn de algemene criteria van toepassing. Bij de gebiedsbeschrijvingen is dat expliciet aangegeven.

Algemene criteria

De algemene criteria zijn bij elk bouwplan van toepassing. Ze richten zich op het vakmanschap van de ontwerper en de expressie van het bouwplan.

Het gaat om de basiselementen van het bouwen zoals:

  • Klopt de vormgeving met de functie en het gebruik van het gebouw?
  • Levert het bouwwerk een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte?
  • Is er gekozen voor een begrijpelijke bouwstijl?
  • Is het een samenhangend gebouw en kloppen maat- en schaalverhoudingen?

Deze criteria vormen altijd het eerste uitgangspunt voor de welstandsbeoordeling. Maar ook zijn zij inspiratiebron voor ontwerpers en opdrachtgevers.

Past een ontwerp niet binnen de gebiedscriteria, maar levert het wel een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit? Dan kunnen de algemene criteria worden toegepast. De algemene criteria staan in hoofdstuk 5 van de welstandsnota.

Criteria voor de excessenregeling

Een bouwwerk dat in negatieve zin afwijkt van en afbreuk doet aan haar omgeving, noemen we een exces. Het collega van burgemeester en wethouders kan de eigenaar van het bouwwerk vragen het gebouw aan te passen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert het college op verzoek. De excessenregeling is voor alle gebieden van toepassing. De criteria voor de excessenregeling vindt u in hoofdstuk 6 van de welstandnota.