Over het verzet in Ede
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen ook in Ede mensen in verzet tegen de Duitse bezetter. Gewone burgers namen grote risico’s. Ze hielpen anderen, gaven informatie door of kwamen zelf in actie. Op deze pagina leest u wat het verzet in Ede betekende.
Wat deed het verzet?
In Nederland ontstond verzet tegen de Duitse macht. Dit kwam door de harde en oneerlijke maatregelen. Het verzet werd ook wel ‘de ondergrondse’ genoemd. Wat deden zij bijvoorbeeld?
- Ze hielpen mensen onderduiken;
- Ze regelden voedselbonnen en legitimatiepapieren;
- Ze verspreidden geheime kranten;
- Ze saboteerden telefoonlijnen;
- Ze spioneerden;
- Ze maakten bevolkingsregisters kapot (dit is een bestand waar alle inwoners instaan);
- Ze saboteerden het spoor.
In de laatste jaren van de oorlog werd de oorlog steeds grimmiger. Het verzet pleegde toen ook aanslagen op Duitse militaire installaties en mensen die met de Duitsers samenwerkten.
Onderduiken
De bezetter zochten en arresteerden verschillende groepen mensen. Bijvoorbeeld Joden, verzetsmensen en mensen die werden opgeroepen om te werken in Duitsland. Ook bemanningsleden van neergeschoten geallieerde vliegtuigen werden gezocht. Zij moesten zich verbergen en doken onder. Ze doken onder op geheime plekken, zoals zolders en kelders. Andere mensen hielpen hen met eten en kleding. Dit was gevaarlijk, want er stonden zware straffen op.
Illegale pers
In mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Kranten en radio-omroepen mochten niet meer zelf bepalen welk nieuws ze maakten. De Duitsers bepaalden het nieuws. Daarom ontstond de illegale pers. Via verboden krantjes werd het nieuws vanuit de regering in Londen gebracht. En dat moest voorzichtig gebeuren.
Ede
In Ede werden eerst landelijke (illegale) kranten verspreid, zoals Trouw, het Parool en Vrij Nederland. In Ede-Zuid drukten ze een eigen uitgave van het communistische blad de Waarheid. Dit blad heet De Eendracht en is een illegaal blad van de groep De Vries.
Stakingen
Sommige maatregelen van de Duitsers zorgden voor protest. Veel gewone inwoners legden uit protest het werk neer. Tijdens de bezettingsperiode waren in Nederland drie grote stakingen. Dit zijn de: Februaristaking (1941), april/meistaking of ‘melkstaking’ (1943) en een staking van het Nederlandse spoorwegpersoneel (19444). De Duitsers reageerden hard. Ze vermoordden burgers of stuurden hen naar kampen.
Verzetsgroepen
Er waren verschillende verzetsgroepen, zoals:
- De Raad van Verzet (RVV);
- De Ordedienst (OD). De Ordedienst bestaat uit militairen van het eerdere Nederlandse leger.
Het verzet kreeg geld uit het Nationaal Steunfonds. Ook konden ze leningen afsluiten bij banken en bedrijven in Engeland.
Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO) / Landelijke Knokploegen (LKP)
Mevrouw Kuipers-Rietberg uit Winterswijk en dominee Frits Slomp uit Heemse beginnen in het najaar van 1942 een organisatie om onderduikers te helpen. De organisatie krijgt de naam: Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO). Dominee Slomp reist door het hele land om de organisatie groter te maken. Hij gebruikt daarbij de naam Frits de Zwerver. In Ede richt hij een afdeling op. De LO helpt tijdens de oorlog veel onderduikers en verzetsgroepen.
Landelijke Knokploegen
De Landelijke Knokploegen (LKP) horen bij de LO. Zij hebben wapens en plegen overvallen om bonnen en persoonsbewijzen voor onderduikers te krijgen. Ook liquideren ze Duitsers en mensen die met hen samenwerken. Vanaf 1942 is de LO/LKP de grootste verzetsorganisatie van Nederland.
Hoe het afloopt
Mevrouw Kuipers-Rietberg moet zelf ook onderduiken. De Duisters arresteren haar op 19 augustus 1944 in Bennekom. In december 1944 overlijdt zij in kamp Ravensbrück. Ze arresteerden dominee Slomp op 1 mei 1944. Tien dagen later bevrijdt het verzet hem uit de Koepelgevangenis in Arnhem.
Ander verzet
Communistisch verzet
De nazi’s zien communisten als een groot gevaar. Daarom verbieden zij na de inval in Nederland alle communistische partijen. Veel communisten gaan daarna in verzet tegen de Duitsers.
Studentenverzet
Tijdens de oorlog zijn veel studenten actief in het verzet. Ze staken, helpen onderduikers en voeren acties uit met wapens. Het landelijk overlegorgaan de Raad van Negen organiseert deze activiteiten. Vanaf 1943 moeten studenten een verklaring tekenen waarin ze beloven niets tegen de Duitsers te doen. De meeste studenten weigeren te tekenen. Daardoor mogen zij niet meer naar de universiteit. Veel van deze ex-studenten gaan door met hun verzetswerk en moeten daarom vaak onderduiken.
Binnenlandse strijdkrachten (BS)
Op 5 september 1944 ontstaat de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). De BS bestaat uit de verzetsgroepen de RVV, OD en LKP. Deze samenvoeging is een koninklijk besluit. Prins Bernard wordt bevelhebber in ballingschap.
Twee onderdelen
De BS bestaat uit twee onderdelen. Namelijk:
- De Stoottroepen: zij vechten mee bij de bevrijding.
- De Bewakingsgroepen: zij zorgen na de bevrijding voor rust in Nederland.
Ede
In Ede werken vijf verzetsgroepen samen: Bennekom, Lunteren, Maanderbuurt, Ede-Dorp en De Vries. Derk (of: Bill) Wildenboer wordt commandant. Marten (of: Barend) Wiegeraadt helpt hem daarbij.
De Wormshoef
De Duitse geheime politie (Gestapo) en de Duitse veiligheidsdienst (SD) zoeken actief naar verzetsmensen en onderduikers. De Wormshoef in Lunteren was het hoofdkwartier van de SD. Hier brachten ze de opgepakte verzetsmensen naartoe. Zij werden daar streng verhoord en vaak mishandeld.
Wapendroppingen
Het verzet heeft wapens en springstoffen nodig. Die krijgen ze uit Engeland. In de nacht droppen geallieerde vliegtuigen voorraden voor het verzet met parachutes. Soms kwamen ook geheim agenten mee. De droppings kondigden de droppings van tevoren aan via Radio Oranje in codeberichten.
Klein verzet
De meeste Nederlanders zitten niet in het verzet omdat het levensgevaarlijk is. Toch laten veel mensen zien dat ze het niet eens zijn met de Duitsers. Ze zingen bijvoorbeeld spotliedjes, maken spotprenten of pesten mensen die met de Duitsers samenwerken. Sommige Nederlanders weigerden hun radio of fiets in te leveren. Of ze lazen illegale kranten. Ze werkten zo min mogelijk mee met de bezetter en hoopten op bevrijding.