Archieffoto van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Over het verzet in Ede

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen ook in Ede mensen in verzet tegen de bezetter. Gewone inwoners namen grote risico’s om anderen te helpen, informatie door te geven of zich actief te verzetten. Op deze pagina leest u wat het verzet in Ede inhield. 

Foto van stakingen tijdens de Tweede Weereldoorlog

Stakingen

Sommige maatregelen van de Duitsers leiden tot weerstand en soms tot verzet. In de bezettingsperiode vinden in Nederland drie grote stakingen plaats. Daarbij leggen veel gewone burgers uit protest het werk neer. Dit zijn de Februaristaking in 1941, de april/meistaking (ook bekend als de ‘melkstaking’) in 1943 en een staking van het Nederlandse spoorwegpersoneel in 1944. De bezetter reageert op alle stakingen met harde wraakacties: burgers worden vermoord of naar de kampen gedeporteerd.

Foto van een kamer tijdens de Tweede Wereldoorlog

Verzet

Mede door de harde en onterechte Duitse maatregelen ontstaat er in Nederland verzet tegen de Duitse overheersing. Het verzet, ook wel ‘de ondergrondse’ genoemd, helpt gezochte personen om onder te duiken, regelt bonnen en legitimatiepapieren en verspreidt illegale kranten.

Georganiseerde verzetsgroepen saboteren telefoonlijnen, spioneren, vernielen bevolkingsregisters en blazen spoorwegen op. In de laatste bezettingsjaren wordt de oorlog steeds grimmiger. Het verzet pleegt dan ook aanslagen op Duitse militaire installaties en collaborateurs.

Foto van een illegaal persbericht uit de Tweede Wereldoorlog

Illegale pers

Bijna direct na de inval van de Duitsers in mei 1940 mogen bestaande radio-omroepen en kranten niet langer zelf bepalen welk nieuws ze brengen. Ze moeten berichten wat de Duitsers voorschrijven. Als reactie daarop ontstaat een illegale pers. Via illegale krantjes wordt het nieuws van de regering in Londen doorgegeven. Dit moet voorzichtig gebeuren: het verspreiden en bezitten van deze publicaties is streng verboden.

In Ede worden in het begin de landelijke illegale bladen zoals “Trouw”, “het Parool” en “Vrij Nederland” verspreid. In Ede-Zuid wordt een eigen uitgave van het communistische blad “de Waarheid” gedrukt. “De Eendracht” is een illegaal blad van de groep De Vries. Dat blad wordt alleen in Ede en omgeving gemaakt en verspreid.

Foto van twee odergedoken personen tijdens de Tweede Weereldoorlog

Onderduiken

Joden, mensen die zijn opgeroepen om te werken in Duitsland, studenten, bemanningsleden van neergeschoten geallieerde vliegtuigen en verzetsmensen worden door de bezetter gezocht en gearresteerd. Zij moeten zich verbergen en duiken onder. Zij verblijven in geheime schuilplaatsen, zoals zolders en kelders. Voedsel en kleden worden met bonnen verkregen. Daardoor hebben onderduikers hulp nodig van anderen om ze te voorzien van eerste levensbehoeften. Op het helpen van onderduikers staan zware straffen.

Foto van een krantenbericht met gefusilleerde personen

Verzetsgroepen

Tijdens de oorlog strijden diverse verzetsgroepen tegen de bezetting. Belangrijke gewapende verzetsgroepen zijn bijvoorbeeld de Raad van Verzet (RVV) en de Ordedienst (OD), die bestaat uit militairen van het voormalige Nederlandse leger. Met hulp van de regering in Londen wordt voor de financiële ondersteuning van het verzet in Nederland het Nationaal Steunfonds (NSF) opgericht. Dankzij garanties van de regering kan het verzet leningen afsluiten bij banken en bedrijven in Engeland.

Foto's van Mevrouw Kuipers-Rietberg en dominee Frits Slomp

Landelijke organisatie voor hulp aan Onderduikers (LO) / Landelijke Knokploegen (LKP)

In het najaar van 1942 komt mevrouw Kuipers-Rietberg uit Winterswijk in contact met de gereformeerde dominee Frits Slomp uit Heemse. Samen richten ze een organisatie op om hulp te verlenen aan onderduikers. Deze organisatie krijgt de naam Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO). Dominee Slomp trekt als ‘Frits de Zwerver’ (zijn schuilnaam) door het hele land om de organisatie uit te bouwen. Zo komt hij ook in Ede, waar ook een afdeling van de LO wordt opgericht.

De Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) en de Landelijke Knokploegen (LKP) zijn vanaf 1942 de grootste Nederlandse verzetsorganisatie. De christelijke LO helpt tijdens de oorlog veel onderduikers en verzetsgroepen die onderduikers helpen. De LKP is de gewapende tak van de LO. Zij plegen overvallen om bonnen en persoonsbewijzen voor onderduikers te verkrijgen. Ook liquideert de LO/LKP Duitsers en collaborateurs en plegen ze sabotage.

Mevrouw Kuipers-Rietberg moet zelf ook onderduiken. Ze wordt op 19 augustus 1944 gearresteerd in Bennekom en overlijdt in december van datzelfde jaar in Ravensbrück.

Dominee Slomp wordt op 1 mei 1944 gearresteerd. Tien dagen later wordt hij echter door het verzet uit de Koepelgevangenis in Arnhem bevrijd.

Foto van verzetskrant 'De Waarheid'

Communistisch verzet

De nazi’s zien het communistische bolsjewisme als onderdeel van de ‘Joodse samenzwering’. Communisten worden daarom gezien als staatsgevaarlijk. Na de inval van de Duitsers in Nederland worden communistische partijen verboden. Zij gaan daarop in verzet en strijden vanuit de illegaliteit tegen de bezetting.

Studentenverzet

Tijdens de oorlog zijn veel studenten actief in het verzet. Ze staken, helpen onderduikers en plegen gewapend acties. Het landelijk overlegorgaan de ‘Raad van Negen’ coördineert deze activiteiten. Vanwege het studentenverzet laat de bezetter studenten vanaf 1943 een loyaliteitsverklaring tekenen. Daarmee moeten studenten beloven niets te ondernemen tegen de bezetting. Het overgrote merendeel van de studenten weigert te tekenen en wordt hierop uitgesloten van de universiteit. Deze ex-studenten gaan door met hun verzetswerk en moeten vaak onderduiken.

Foto van leden van de Binnenlandse Strijdkrachten

Binnenlandse strijdkrachten (BS)

Op 5 september 1944 worden de verzetsgroepen OD, LKP en RVV bij koninklijk besluit gebundeld in de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Prins Bernard wordt benoemd tot bevelhebber in ballingschap. De BS bestaat uit twee onderdelen. De Stoottroepen ontstaan uit het gewapend verzet en moeten bijdragen aan de laatste bevrijdingsgevechten. De Bewakingsgroepen moeten na de bevrijding de rust in Nederland herstellen.

In Ede betekent dit dat de vijf verzetsgroepen Bennekom, Lunteren, Maanderbuurt, Ede-Dorp en De Vries gaan samenwerken. Derk (‘Bill’) Wildenboer wordt commandant en Marten (‘Barend’) Wiegeraadt zijn rechterhand.

Prent van De Wormshoef

De Wormshoef

De Duitse geheime politie (Geheime Staats Polizei ‘GESTAPO’) en de Duitse veiligheidsdienst (Sicherheitsdienst ‘SD’) jagen op verzetsmensen en onderduikers. Op de Wormshoef, het hoofdkwartier van de SD, komen vele opgepakte verzetsstrijders terecht. Zij worden daar wreed verhoord en gemarteld.

Foto van wapendroppingen

Wapendroppingen

De wapens en springstoffen die nodig zijn voor het verzet krijgen ze vanuit Engeland. ‘s Nachts gooien geallieerde vliegers voorraden voor het verzet uit aan parachutes. Deze “droppings” worden van tevoren via de radio (Radio Oranje) in codeberichten aangekondigd. Soms komen er met de voorraden ook geheim agenten naar beneden.

Foto van personen die naar de radio luisteren tijdens de Tweede Wereldoorlog

Kleinschalig verzet

Het merendeel van de Nederlanders is tijdens de oorlog niet actief in het georganiseerde verzet omdat dit levensgevaarlijk is. Wel laten veel mensen zien dat ze het niet met de Duitsers eens zijn. Ze zingen spotliedjes, maken spotprenten of pesten collaborateurs. Sommige Nederlanders weigeren hun radio of fiets in te leveren of lezen illegale kranten. Ze zijn anti-Duits, verlenen zo min mogelijk medewerking aan de bezetter en wachten met smart op de bevrijding.